AMSTELVEEN – Alfons Scherpenzeel uit Amstelveen noemt zichzelf geen geboren hardloper. “Ik had er eigenlijk een enorme hekel aan,” zegt hij. Met zijn lengte van 1,78 meter en een gewicht van 83 kilo liep hij niet op souplesse, maar op karakter. Toch veranderde alles in januari 2004, toen bij hem prostaatkanker werd vastgesteld, een van de ernstigste vormen. “Mijn wereld stortte in,” vertelt hij. Na de operatie volgden complicaties en een lange ziekenhuisperiode.
Thuis kon hij nog geen vijftig meter lopen, maar hij besloot een doel te stellen: in oktober de halve marathon van Amsterdam. “Mijn vrouw zei dat ik gek was, maar ik wilde ergens naartoe werken.” Eind juni kreeg hij te horen dat er nog dertig bestralingen nodig waren. De behandeling sloeg aan, en na tien jaar controle kreeg hij het bericht dat hij volledig genezen was.
Met nog tweeënhalve maand om te trainen begon Scherpenzeel aan zijn voorbereiding. “Man, wat heb ik afgezien,” zegt hij. Toch lukte het: op 64-jarige leeftijd liep hij zijn eerste halve marathon. “De tranen liepen over mijn wangen toen ik het stadion binnenkwam.” Sindsdien doet hij elk jaar mee aan de halve marathon van Amsterdam en Egmond. “Het heeft mijn leven verrijkt. Heerlijk om je hoofd leeg te maken en gewoon te gaan.”
Nog altijd traint hij wekelijks. “Ik doe conditietraining en volleybal, en iedere zaterdag loop ik tussen de 13 en 16 kilometer, weer of geen weer.” Soms twijfelt hij, maar het gevoel na afloop is altijd hetzelfde: voldoening. “Als je het niet doet, blijf je de volgende keer misschien ook thuis. Maar als je het wél doet, heb je dat heerlijke gevoel dat je het weer hebt geflikt.”
Scherpenzeel loopt inmiddels ook de Dam tot Damloop, de Zandvoort Circuitloop, de Johan Cruijff Arena-loop en de Amstelveense Lenteloop. “Iedere maand loop ik wel ergens.” Zijn advies aan anderen is eenvoudig: “Probeer het. Ik ben pas op mijn 64e begonnen.” Daarnaast wandelt hij elke dag een uur met zijn vrouw. “Dat geeft ook veel voldoening.”
De Dam tot Damloop blijft bijzonder
De Dam tot Damloop blijft voor Scherpenzeel een van de mooiste wedstrijden. “De Dam tot Damloop is de leukste loop, vind ik. Er is veel publiek, het publiek is gezellig en er wordt heel veel aangemoedigd. Mensen scanderen je naam en applaudisseren. Er zijn ook heel veel muziekbands. Dat maakt de sfeer geweldig.”
Ook voor hem persoonlijk was deze editie bijzonder. Familieleden stonden langs de route om hem aan te moedigen. “Er waren ook kleinkinderen en zelfs een achterkleinkind. Die hadden een mooie placette gemaakt.” Het weer werkte bovendien mee. “Het was gelukkig fantastisch weer.”
Onderweg kreeg Scherpenzeel opvallend veel reacties van andere deelnemers. Dat had te maken met de tekst op zijn rug. “Heel veel lopers roepen wat naar je vanwege de tekst op mijn rug. Dat was heel leuk.” Het zijn volgens hem precies die kleine momenten die een loop als de Dam tot Damloop bijzonder maken.


Of hij volgend jaar opnieuw aan de start staat, durft Scherpenzeel nog niet met zekerheid te zeggen. “Voor volgend jaar ga ik nog afwachten hoe het lichamelijk gaat.” Eén ding staat wel vast: zolang zijn lichaam het toelaat, blijft hij lopen. Want wat ooit begon als een manier om na een zware periode weer vooruit te komen, is inmiddels een vast onderdeel van zijn leven.
